Stichting de Uil
© Alles foto’s en teksten zijn eigendom van Stichting de Uil, niets mag zonder toestemming gebruikt worden.

Statuten

Stichting de Uil

Voor het welzijn in Vreewijk

NAAM EN ZETEL Artikel 1 De stichting is genaamd: Stichting De Uil• De stichting is gevestigd in de gemeente Rotterdam. DOEL EN MIDDELEN Artikel 2 •De stichting heeft als doel het bevorderen van het welzijn en het bestrijden van armoede in de wijk Vreewijk in Rotterdam.•De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:•het inzetten van mensen en middelen voor de verbetering van de leefbaarheid en het gevoel van welzijn;•het organiseren van tuinonderhoud voor personen die dat door hoge leeftijd of handicap en een laag inkomen niet zelf kunnen verzorgen.•het opzetten van een klussendienst voor diezelfde doelgroep. •Het opzetten van een inboedelinzameling ter gratis herverdeling onder personen met weinig draagkracht. •het waar mogelijk samenwerken met andere wijkpartijen in het collectieve wijkbelang; •het verkrijgen van financiële en andere middelen en het werven van vrijwilligers; •het realiseren van een netwerk met belangrijke partijen;•het bevorderen van de sociale (her-)integratie van diegenen die in een isolement (dreigen te) raken; bijvoorbeeld door het bieden van een zinvolle tijdsbesteding. •alle andere wettige middelen die het doel van de stichting kunnen bevorderen. BESTUUR Artikel 3 Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur te bepalen aantal van ten minste drie onafhankelijke, natuurlijke personen. •Is het bestuur niet voltallig dan behoudt het zijn bevoegdheden. Het bestuur bevordert dat zo spoedig mogelijk in vacatures wordt voorzien. Artikel 4 •De leden van het bestuur worden door het bestuur benoemd. •Het bestuur maakt een profielschets waarin wordt aangegeven hoe de samenstelling van het bestuur met het oog op de doelstelling zou moeten zijn. Artikel 5  Een lid van het bestuur treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens  een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. • Wie benoemd wordt in de plaats van een tussentijds afgetreden lid van het bestuur,  neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in. • Een op grond van lid 1 van dit artikel afgetreden lid van het bestuur kan worden herbenoemd. Artikel 6  • Het bestuurslidmaatschap eindigt door: • het overlijden van het bestuurslid; • schriftelijke opzegging door het bestuurslid; • ontslag overeenkomstig artikel 7. Artikel 7 Een lid van het bestuur kan worden geschorst of ontslagen door het bestuur. • Voor een besluit tot ontslag is een meerderheid van twee derde vereist in een  vergadering waar alle leden van het bestuur aanwezig zijn. Verkeert een lid van het bestuur in de onmogelijkheid  aan deze vergadering deel te nemen, dan kan niettemin een geldig besluit worden genomen door de aanwezige leden van het bestuur, mits de reden van het niet aanwezig zijn van het desbetreffende  lid van het bestuur in het besluit wordt genoemd. • Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door ontslag eindigt door  het verloop van die termijn. Artikel 8  • Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.  Deze functionarissen vormen gezamenlijk het dagelijks bestuur. BESTUURSBEVOEGDHEID Artikel 9 • Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID  Artikel 10 • De stichting wordt vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het dagelijks bestuur. Artikel 11 Bestuursvergaderingen zullen slechts dan gehouden geworden wanneer dat door een bestuurslid  wordt verlangd. • Besluiten kunnen derhalve buiten vergaderingen worden genomen bij elk contact tussen  bestuursleden onderling. Hieronder worden ook verstaan contacten per telefoon of per e-mail. • Genomen besluiten worden door de secretaris opgetekend en na parafering door de overige  bestuursleden gearchiveerd en ten uitvoer gebracht. Tevens worden deze opgenomen in een door  de secretaris bij te houden lijst van besluiten en actiepunten. BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN Artikel 12 Wanneer een lid van het bestuur het, overeenkomstig artikel 11, lid 1, nodig acht dat een vergadering wordt gehouden kan hij de voorzitter verzoeken een vergadering bijeen te roepen. Geeft de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg dan is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen overeenkomstig leden 2 en 3 van dit artikel. Aan een dergelijk verzoek wordt in elk geval geacht geen gevolg te zijn gegeven indien de vergadering niet binnen drie weken na het verzoek wordt gehouden. •Ongeacht wie de vergadering bijeenroept, gebeurt de oproeping met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, waarbij de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend. •De oproeping gebeurt schriftelijk, waarbij worden vermeld de plaats en het tijdstip van de vergadering en de te behandelen onderwerpen. •Ten minste eenmaal per jaar bespreekt het bestuur in een vergadering zijn eigen functioneren en dat van de leden van het bestuur. Artikel 13 •Bij het nemen van besluiten wordt gestreefd naar volledige consensus. Zoveel mogelijk zullen voorstellen worden aangepast om consensus te bereiken. •Wordt echter geen consensus bereikt, dan worden, voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, de besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Voorts wordt de reden van het niet bereiken van consensus opgetekend in het besluit. •Ieder lid van het bestuur is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. •Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming, dan wel omtrent de inhoud van een genomen besluit is beslissend. •Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de vergadering dit verlangt. •Ook vindt een nieuwe stemming plaats indien een lid van het bestuur dit verlangt en de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde. •Door een nieuwe stemming als uitvloeisel van lid 5 of lid 6, vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. BOEKJAAR, JAARSTUKKEN en BEGROTING Artikel 14 •Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.Artikel 15 •Het bestuur voert een administratie die zodanig is ingericht, dat deze te allen tijde een volledig inzicht verschaft omtrent het geheel van werkzaamheden van de stichting en van al haar rechten en verplichtingen. •Het bestuur maakt jaarlijks een jaarrekening en een jaarverslag op. • De jaarrekening en het jaarverslag worden door de leden van het bestuur ondertekend.  Ontbreekt de handtekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Artikel 16 Uiterlijk één maand voor het begin van een boekjaar stelt het bestuur de begroting voor dat boekjaar vast. STATUTENWIJZIGING Artikel 17 Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. • Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van twee derde van de  uitgebrachte stemmen. • De wijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. ONTBINDING en VEREFFENING Artikel 18  De stichting wordt ontbonden: o door een besluit van het bestuur; o na faillietverklaring door hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel,  hetzij door insolventie; of door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt. • Voor een besluit als bedoeld in artikel 20 lid 1 sub a is een meerderheid vereist van twee derde van de  uitgebrachte stemmen. • Bij ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur van de stichting. • Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk en zo nodig van kracht. • De vereffenaars maken de goederen van de ontbonden stichting te gelde en voldoen de schulden. • Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig  het doel van de stichting. REGLEMENT(EN) Artikel 19  Het bestuur kan in een of meer reglementen een nadere uitwerking geven van deze statuten, indien en  voor zover regeling in de statuten zelf niet is vereist. OVERGANGSBEPALING In afwijking van hetgeen in artikel 4 is bepaald wordt het bestuur bij het in werking treden van deze statuten  gevormd door: Het bestuur van Stichting de Uil